Officiële Verklaringen aan de Overheid

Het Platform heeft gedurende zijn bestaan een omvangrijke correspondentie en formele communicatie onderhouden met de Nederlandse overheid. Dit begon al in de beginjaren met brieven aan de toenmalige minister-president Wim Kok, die het Platform in 1999 opzocht in het kader van het 150-jarig jubileum van de afschaffing van de slavernij in Suriname. De ontmoetingen met opeenvolgende premiers en ministers werden benut om de eisen van de gemeenschap te articuleren: erkenning, een nationaal monument, herdenkingsdagen en — later — concrete herstelmaatregelen.

Richting de Tweede Kamer heeft het Platform meerdere malen position papers ingediend, met name rondom debatten over het slavernijverleden, de bekostiging van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) en de discussie over excuses. De position papers brachten de eisen van de Surinaamse, Antilliaanse en Afrikaanse gemeenschap in Nederland in kaart en onderbouwden deze met historische en juridische argumenten.

Wanneer de overheid rapporten publiceerde over het slavernijverleden of de positie van Caribische Nederlanders — zoals het advies van de commissie-Borstlap of de rapporten van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden — reageerde het Platform met schriftelijke responses. In deze reacties beoordeelde het Platform in hoeverre de aanbevelingen tegemoetkwamen aan de langjarige eisen van de betrokken gemeenschappen en waar het Platform aanvullingen of bezwaren had.

Toespraken bij Nationale Herdenkingen

De jaarlijkse 1 Juli herdenking — Keti Koti — is het centrale moment waarop het Platform publiekelijk het woord voert. Bij de monumentale bijeenkomst in het Oosterpark in Amsterdam, bij het Nationaal Monument Slavernijverleden, hield het Platform jaar na jaar toespraken die zowel herdenkend als aanmanend van karakter waren. Deze toespraken bevatten zowel terugblikken op de periode van slavernij en de weg naar bevrijding als vooruitblikken op wat er nog moet gebeuren op het gebied van erkenning en herstel.

De toespraken bij het monument vervullen een unieke functie: zij verbinden het persoonlijke — de verhalen van nazaten, de pijn van overgeleverde trauma's — met het politieke. Jaarlijks zijn honderden tot duizenden mensen aanwezig, en de toespraken worden gedeeld via media en gemeenschapskanalen. De inhoud weerspiegelt daarmee telkens de stand van zaken in het bredere debat: hoe is het gegaan met de toezeggingen van het voorgaande jaar, welke nieuwe kwesties zijn aan de orde en welke urgentie heeft de gemeenschap op dat moment het hardste nodig?

Naast de 1 Juli bijeenkomsten heeft het Platform ook gesproken bij koninklijke herdenkingen, waaronder de officiële uitnodigingen voor staatsceremonieën rondom slavernijgerelateerde thema's. De aanwezigheid van het Platform bij dergelijke gelegenheden markeerde de formele erkenning van de organisatie als gesprekspartner van de staat.

Internationale Verklaringen

Op internationaal niveau heeft het Platform zijn stem laten horen bij de VN, bij CARICOM-bijeenkomsten en bij Europese gremia. Bij het VN-Comité voor de uitbanning van rassendiscriminatie (CERD) in Genève diende het Platform schaduwrapporten in en was het aanwezig bij de zittingen om de bevindingen mondeling toe te lichten. Het CERD-mechanisme biedt maatschappelijke organisaties de mogelijkheid om de officiële rapportage van lidstaten te bekritiseren en aanvullende informatie te bieden — een instrument dat het Platform actief benut.

De Durban Review Conference van 2009 en de eerder genoemde deelname aan de werkzaamheden in het kader van het VN Decennium voor Mensen van Afrikaanse Afkomst waren momenten waarop het Platform zijn analyse van de Nederlandse situatie in een internationaal forum kon presenteren. In die context werden ook gezamenlijke verklaringen ondertekend met PARCOE en NGOCCAR, die de gemeenschappelijke Europese dimensie van de herstelrechtdiscussie benadrukten.

Het Europees Parlement was een ander forum. Het Platform reageerde op hoorzittingen over kolonialisme en racisme in de Europese context en leverde bijdragen aan het Europese debat over hoe lidstaten hun koloniale verleden adresseren. Dit internationale werk versterkte de legitimiteit en zichtbaarheid van het Platform op nationaal niveau: wanneer het Platform kon bogen op herkenning bij VN-organen en Europese instellingen, werd zijn positie als serieuze gesprekspartner voor de Nederlandse overheid versterkt.

Barryl Biekman — Platform-woordvoerder

Gedurende meer dan twee decennia was Barryl Biekman het gezicht en de stem van het Platform. Als voorzitter en woordvoerder vertegenwoordigde zij de organisatie bij nationale herdenkingen, in de media, bij parlementaire hoorzittingen en op internationale podia. Biekman combineerde een diepgewortelde kennis van de Surinaamse gemeenschap in Nederland met een scherp strategisch inzicht in hoe politieke processen te beïnvloeden zijn.

Haar meest geciteerde toespraken zijn die bij de 1 Juli herdenkingen in de aanloop naar en kort na de officiële Nederlandse excuses van december 2022. In die toespraken maakte zij de historische betekenis van dat moment tastbaar, zonder daarbij de urgentie van de vervolgstappen te verzwijgen. De excuses waren een begin, geen einde — dat was de consistente boodschap die Biekman in haar verklaringen naar voren bracht.

Sophie de la Salle leverde eveneens een substantiële bijdrage aan de communicatieve kracht van het Platform. Als secretaris en beleidsmedewerker zorgde zij voor de continuïteit in de schriftelijke communicatie richting de overheid, de VN en internationale partners. De combinatie van Biekmans publieke aanwezigheid en De la Salles inhoudelijke en organisatorische ondersteuning maakte het Platform tot een effectieve pleitbezorgingsorganisatie.

Het Archief Raadplegen

Het Platform heeft gedurende zijn bestaan een substantieel archief opgebouwd van toespraken, brieven, position papers, schaduwrapporten en persberichten. Dit archief documenteert niet alleen de geschiedenis van de organisatie zelf, maar ook de geschiedenis van de bredere beweging voor erkenning van het Nederlandse slavernijverleden.

Voor onderzoekers, journalisten, beleidsmakers en geïnteresseerde burgers zijn delen van dit archief toegankelijk via het Platform. Schriftelijke verzoeken voor archiefraadpleging kunnen worden gericht aan [email protected]. Het Platform beantwoordt ook verzoeken om informatie van studenten en onderzoekers die werken aan scriptieonderzoek of wetenschappelijke publicaties over het slavernijverleden en de herstelrechtdiscussie in Nederland.

Digitale publicaties en recente verklaringen zijn rechtstreeks beschikbaar via de website. Historische documenten uit de periode 1999–2015 zijn op aanvraag te raadplegen. Het Platform werkt aan de verdere digitalisering van het archief om de toegankelijkheid op lange termijn te borgen.